Binnenkort zit je tegenover je opdrachtgever, en volgende week moet je aanpakplan af zijn. Vanmiddag zorg je dat je die kamer binnenloopt alsof je hun wereld al kent.
Wat je om 16:15 in handen hebt
Geen huiswerk achteraf. Drie dingen die je binnenkort nodig hebt:
- Een eerste deskresearch op je eigen opdrachtgever, met bronnen die je zelf hebt gecheckt. Dat is een stuk van je lowstake.
- Een schets van de keten waar die opdrachtgever in zit. Het begin van je stakeholdermapping.
- Vijf vragen om aan je opdrachtgever te stellen, waarvan het antwoord nergens te vinden is. Die heb je nodig zodra je je opdrachtgever spreekt.
Waar we op uitkomen: de kwaliteit van wat je terugkrijgt hangt aan wat je erin stopt. En wat eruit komt, controleer je altijd zelf.
Opdracht 1 · Welke zou jij meenemen?
In duo's, tien minuten. Laptop dicht mag, of alleen om te lezen.
Hieronder staan vier uitkomsten over dezelfde keten: textielinzameling in Nederland. Ze komen alle vier uit AI. Meer weet je niet.
Lezen en beoordelen
Lezen en beoordelen
Lezen en beoordelen
Lezen en beoordelen
Beantwoord deze drie:
- Welke zou jij meenemen naar je opdrachtgever, en welke laat je liggen?
- Schrijf per uitkomst op waar je dat op baseert.
- En de belangrijkste: wat denk je dat er anders gevraagd is?
Opdracht 2 · Klopt dit wel?
In duo's, zeven minuten. Nu wel met een browser.
Elk duo pakt één claim uit de lijst hieronder, je krijgt een nummer toegewezen. De vraag is simpel: klopt dit? Zoek de primaire bron. Dus niet de eerste pagina die het herhaalt, maar waar het cijfer vandaan komt.
Schrijf je uitkomst op in de vorm van het onderbouwingslogboek uit hulpmiddel 05, werkblad B. Dat is geen extra werk: dit is een echte regel in het logboek dat je bij je beroepsproduct inlevert.
| Claim | Klopt het? | Bron: wie, wat, welk jaar | Betrouwbaarheid | Hoe gecheckt |
|---|---|---|---|---|
| nr. [ ... ] | klopt / klopt niet / niet gevonden | [ ... ] | hoog / midden / laag | [ één zin ] |
“Klopt” telt alleen als je de bron kunt noemen met naam en jaartal. Een pagina die het cijfer herhaalt is geen bron. Zoek door tot je ziet wie het als eerste publiceerde.
Kun je het niet vinden, schrijf dat dan op. Je hulpmiddel zegt het zelf: een eerlijk benoemd gat in je gegevens is sterker dan een cijfer dat je nergens op kunt baseren.
Klaar voor de tijd om is? Doe dan de Accuracy-vraag uit de CRAAP-test: is het bevestigd door een tweede, onafhankelijke bron? Let op de valstrik: twee pagina's die dezelfde oorspronkelijke bron citeren zijn samen één bron, niet twee. Vind je er twee die elkaar tegenspreken, dan heb je de beste vondst van de middag.
| # | Claim |
|---|---|
| 1 | De mode-industrie is na de olie-industrie de meest vervuilende industrie ter wereld. |
| 2 | De mode-industrie is goed voor 10 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot, aldus UNEP. |
| 3 | De gemiddelde EU-burger kocht in 2022 ongeveer 19 kilo kleding, schoenen en huishoudtextiel. |
| 4 | EU-lidstaten produceerden in 2022 bijna 6,94 miljoen ton textielafval, ongeveer 16 kilo per persoon. |
| 5 | Sinds 1 juli 2023 moeten producenten in 2025 minstens 50 procent van het textiel dat ze op de markt brachten recyclen of voorbereiden voor hergebruik. |
| 6 | In 2026 moeten producenten minstens 55 procent van het textiel dat ze het jaar ervoor op de markt brachten voorbereiden voor hergebruik of recyclen. |
| 7 | Ten minste circa 53,7 procent van het afgedankte huishoudelijke textiel in Nederland werd in 2022 verbrand, aldus de Massabalans textiel 2022. |
| 8 | In 2030 moet minstens 35 procent van het gerecyclede textiel vezel-tot-vezelrecycling zijn. |
| 9 | Nederlandse sorteerbedrijven verwerkten in 2022 ongeveer 155,2 kiloton textiel, waarvan 59 procent (68,3 kiloton) geïmporteerd was uit Duitsland, België, Oostenrijk, Luxemburg en Frankrijk. |
| 10 | In 2025 haalde Stichting UPV Textiel de hoofddoelstelling: 51 procent van het textiel dat de deelnemers op de markt brachten is voorbereid voor hergebruik of gerecycled, tegenover een wettelijk doel van 50 procent. |
| 11 | In 2022 exporteerde Nederland 248.000 ton gebruikt textiel, met een waarde van meer dan 193 miljoen euro. |
Opdracht 3 · Je eigen opdrachtgever
De rest van de middag. Dit is waar je volgende week iets aan hebt.
Zet deep research op je eigen opdrachtgever en zijn keten, en kom terug met wat je gelooft en wat niet. Schrijf je opdracht zelf, plak hem niet. Gebruik de zes bouwstenen uit de e-learning (hoofdstuk 4), in deze volgorde. De vier uit hulpmiddel 06 zitten daar gewoon in.
-
Rol
Wie moet dit voor je uitzoeken?
Je bent onderzoeker en kent de sector van [ onze opdrachtgever ]. -
Gebruiker en kennisniveau
Wat weten jullie al, en vooral: wat nog niet?
Wij zijn studenten in de minor Circulaire Economie. Wat wij al weten: [ ... ] Wat wij niet weten: [ ... ] -
Taak
Wat moet er precies gebeuren?
Breng de keten, de spelers en de spanningen in kaart. -
Context vandaag het belangrijkst
Wie is je opdrachtgever, in welke keten zit die, en waar gaat het gesprek met ze over? Hoe meer hier staat, hoe bruikbaarder wat je terugkrijgt.
Onze opdrachtgever is [ wie ] en doet [ wat ]. Die zit in de keten van [ van ... tot ... ]. De vraag gaat ongeveer over [ ... ], en wij spreken ze binnenkort voor het eerst. -
Output
In welke vorm wil je het terug? Vraag hier ook om een lijstje van de beweringen die je zelf moet natrekken. Dan hoef je straks niet te zoeken wat je moet checken.
Kopjes en korte alinea's, met bij elke bewering een bron met jaartal en een link. Zet erbij hoe zeker je bent. Sluit af met twee lijstjes: 1. De vijf cijfers of beweringen die het meest bepalend zijn voor je conclusie. Per stuk: het cijfer, het jaartal, de bron, en hoe zeker je bent. Zet erbij welke wij zelf moeten natrekken voor we hiermee naar onze opdrachtgever gaan. 2. Vijf vragen die wij aan de opdrachtgever moeten stellen, omdat het antwoord nergens openbaar staat. -
Grenzen vandaag het belangrijkst
Wat mag het niet doen? Dit is de goedkoopste zin die je aan een opdracht kunt toevoegen.
Als iets niet naar een primaire bron te herleiden is, zeg dat, en gok niet. Zoek naar wat wij nog niet weten, niet naar bevestiging van wat wij hierboven al zeiden.
Bouwsteen 4 en 6 zijn vandaag de belangrijkste. Dat staat ook in je e-learning: rol en output zijn de bekendste, maar context en grenzen maken het verschil tussen aardig en bruikbaar. Vanmiddag zie je waarom.
Let op je opdrachtgever. Geen stukken of gegevens van je opdrachtgever in een open AI-tool. Openbare informatie over de sector en de keten is genoeg.
Nog geen opdrachtgever? Klap dit open.
Weet je wel de sector of het thema maar nog niet de organisatie: pak dan gewoon die keten. Dat is geen tweede keus. Een ketenschets volgt een stroom, geen bedrijf.
Heb je nog helemaal niets, kies dan een van deze twee oefencasussen. Je vervangt alleen de blokken Gebruiker en kennisniveau en Context hierboven. Rol, Taak, Output en Grenzen laat je staan. Verander in Output wel één ding: vraag om vijf vragen die je aan zo'n opdrachtgever zou moeten stellen.
Oefencasus A, de broodketen
Gebruiker en kennisniveau
Wij zijn studenten in de minor Circulaire Economie. Dit is een oefencasus, wij hebben
nog geen eigen opdrachtgever.
Wat wij al weten: dat er veel brood wordt weggegooid en dat supermarkten daar
afspraken over hebben gemaakt.
Wat wij niet weten: waar in de keten het brood blijft liggen, wie de kosten van dat
verlies draagt, en wat er met onverkocht brood gebeurt nadat het uit het schap gaat.
Context
De casus is een regionale bakkerij in Gelderland die levert aan supermarkten en aan
eigen winkels. Die zit in de keten van graan tot onverkocht brood. De vraag gaat
ongeveer over minder verspilling zonder omzet te verliezen.
Oefencasus B, beton uit sloop
Gebruiker en kennisniveau
Wij zijn studenten in de minor Circulaire Economie. Dit is een oefencasus, wij hebben
nog geen eigen opdrachtgever.
Wat wij al weten: dat beton uit sloop meestal wordt vermalen tot puingranulaat.
Wat wij niet weten: waar dat granulaat terechtkomt, waarom het zelden opnieuw beton
wordt, en wie er verdient aan de huidige route.
Context
De casus is een sloop- en grondverzetbedrijf in Gelderland dat beton afvoert uit
sloopprojecten. Die zit in de keten van sloop tot wegfundering of nieuw beton. De
vraag gaat ongeveer over meer waarde uit het puin halen dan wat het nu oplevert.
15:20 · terwijl hij draait
Zo'n research doet er ongeveer tien minuten over. Die tijd zit je niet te wachten, want je hebt hem straks nodig om de uitkomst tegenaan te leggen. Doe deze drie, met de hand of digitaal:
- Teken je keten zoals jij hem nu denkt. Wie zit erin, van begin tot eind, en wie verdient waaraan? Dit is hulpmiddel 10 Ketenschets: zet de schakels achter elkaar en teken er drie soorten pijlen doorheen, materiaal, geld en informatie. De geldpijl is degene die het vaakst wordt overgeslagen en het meest verklaart.
- Schrijf drie dingen op die je verwacht dat eruit komt. Plus één ding waarvan je hoopt dat het erin staat.
- Schrijf de drie vragen op die je sowieso aan je opdrachtgever wilt stellen.
15:32 · uitkomst naast je schets, en dan het grid
- Leg de uitkomst naast je eigen schets. Wat had je al, wat is nieuw, wat spreekt je beeld tegen, en waar zat je voorspelling ernaast?
- Haal de spelers uit je keten en zet ze in het macht/belang-grid van hulpmiddel 08. Invloed op de ene as, belang op de andere, met per partij één zin waarom ze daar staan. Zonder die onderbouwing is het grid een plaatje.
Je uitkomst helpt hier: het stuk over waar de belangen botsen is precies je input voor invloed en belang. Dit grid is je stakeholdermapping voor volgende week.
15:42 · check je eigen bronnen
Net checkte je een claim van iemand anders. Nu je eigen uitkomst. En je hoeft niet te zoeken welke: je vroeg er in je opdracht om, dus dat lijstje staat er al.
- Open het lijstje met bepalende beweringen. Welke heb je het hardst nodig in je gesprek met je opdrachtgever? Begin daarmee.
- Zoek de primaire bron. Klopt het, staat het er echt, of kun je het niet vinden?
- Pak er ook een die de AI “zeker” noemde. Klopt die zekerheid? De AI beoordeelt hier zichzelf, en dat is ook maar een bewering.
Schrijf het op in dezelfde vorm als net, want dit zijn echte regels in je onderbouwingslogboek:
| Claim uit je eigen uitkomst | Klopt het? | Bron: wie, wat, welk jaar | Betrouwbaarheid | Hoe gecheckt |
|---|---|---|---|---|
| [ ... ] | klopt / klopt niet / niet gevonden | [ ... ] | hoog / midden / laag | [ één zin ] |
| [ ... ] | klopt / klopt niet / niet gevonden | [ ... ] | hoog / midden / laag | [ één zin ] |
Gereedschap: de CRAAP-test uit hulpmiddel 05. Dit is wat je lowstake bedoelt met deskresearch: bronnen die je zelf hebt gecheckt. En het is het verschil tussen bij je opdrachtgever zitten met een cijfer dat je kunt verdedigen, en met een cijfer dat een model je gaf.
15:50 · jouw vijf vragen
Je hebt nu twee lijstjes liggen, en allebei zijn ze nog niet goed genoeg:
- Je eigen drie vragen, die je om 15:20 opschreef voordat je de uitkomst zag.
- De vijf van de AI, onderaan je uitkomst. Daar vroeg je zelf om in je Output-blok.
Voeg ze samen tot jullie eigen vijf. Gebruik deze test per vraag:
Had ik dit antwoord zelf kunnen opzoeken in tien minuten? Zo ja, dan is het geen vraag voor je opdrachtgever maar huiswerk. Schrap hem en zoek het op.
- Leg beide lijstjes naast elkaar. Wat staat er dubbel?
- Schrap alles wat je zelf kunt opzoeken.
- Wat mist er nog? Vaak zijn dat de vragen die je alleen kunt stellen omdat je nu weet hoe hun keten werkt.
- Schrijf jullie vijf op, in je eigen woorden.
Straks zit je tegenover die persoon. Dan lees je geen AI-uitvoer voor.
Deze vijf zijn een aanvulling op de intakevragen uit hulpmiddel 09, geen vervanging. Die gaan over de opdracht (aanleiding, scope, wanneer is het geslaagd), deze gaan over hun wereld. Je hebt ze allebei nodig zodra je aan tafel zit.
Afronden
Om 15:55 laten drie duo's iets zien. Twee dingen per duo:
- Één ding dat je nu weet en een week geleden niet.
- Één ding dat er goed uitzag en toch niet klopte.
Dat tweede is het belangrijkst, dus houd het bij de hand.
En voor je weggaat: heb je je deskresearch, je ketenschets en je vijf vragen? Als er eentje ontbreekt, weet je wat je vanavond nog doet.
Waar je materiaal staat. Alle hulpmiddelen: materialen van de minor. De AI-e-learning: Slim AI gebruiken, hoofdstuk 4 gaat over de zes bouwstenen.
Voor je verantwoording. Wat je vandaag met AI deed hoort in de verantwoordingstabel van hulpmiddel 06: waarvoor je het gebruikte, welke tool, wat je zelf deed en hoe je het checkte. Die heb je nodig bij je oplevering, dus vul hem nu in en niet in januari.